Het huis

Erfgoed

Amsterdam telt meer dan 9.000 rijksmonumenten, maar slechts een paar honderd daarvan hebben nog originele interieurs. Dat is erfgoed waarvan wij vinden dat het behouden, gekoesterd en gedeeld moet worden. Vanuit die gedachte stellen wij onder voorwaarden de historische stijlkamers in ons huis ook open voor bijeenkomsten van derden. Te denken valt aan discussieavonden, vergaderingen, privé-diners of brainstormsessies.

We zijn in dit grachtenpand niet de enige bewoners. Dit bijzondere rijksmonument telt meerdere appartementen. In StadsSalon bent u dus niet alleen gast in een privéwoning, maar ook bezoeker van gedeeld woongenot. Mede om die reden zijn alle bijeenkomsten bij ons thuis alleen toegankelijk op persoonlijke uitnodiging.

Dinner F. Fukuyama 023B

Zowel huiskamer als ontmoetingsruimte

StadsSalon is gevestigd in een 17e eeuws grachtenpand aan de Herengracht te Amsterdam, tevens ons woonhuis. De beletage bevat twee gerestaureerde stijlkamers met zicht op de gracht en keurtuinen. De voor bijeenkomsten opengestelde Grand Salon is in het dagelijks gebruik onze woonkamer, de bij grotere ontvangsten ook toegankelijke Gouden Kamer onze werkkamer. Overige privévertrekken bevinden zich in het souterrain. Daar bevindt zich ook een professionele keuken.

StadsSalon is na de renovatie/restauratie van 2014 nu een smart canal house. Tussen de panelen en wandbespanning van de 19e eeuwse binnenschil  en de 17e eeuwse bakstenen muren is veel 21e eeuwse techniek onzichtbaar weggewerkt. Een geïntegreerd en onzichtbaar systeem van verwarming, verlichting, beeld, geluid en beveiliging biedt energie-efficiënt hedendaags comfort.

Eclectische entree

De huidige hoofdentree van het stadspaleis Herengracht 526 loopt nu –merkwaardig genoeg– door het buurpand Herengracht 528. Dit buurpand werd in 1678 door de door wapenhandel rijk geworden familie Trip gebouwd. 200 jaar later in 1895 werd het in opdracht van de toenmalige eigenaar en bankier Amandus May met een eclectische mengeling van stijlen ingrijpend verbouwd naar de mode van die tijd. Uitvoerder en architect was Eduard Cuypers, een volle neef van de architect Abraham Cuypers (o.a. Rijksmuseum, Centraal Station). Hij verrijkte de vestibule met vier massieve witgeaderde marmeren Korintische zuilen die paarsgewijs een gedrukte boog ondersteunen. Onder de mahoniehouten steektrap met smeedijzeren traphek is een trapbank aangebracht, gedecoreerd met acanthusranken. In de gang is overigens nog een deel van de oorspronkelijk 17e eeuwse tongewelf in het zicht. In deze periode is ook de in Art Nouveau stijl uitgevoerde glazen tochtdeur aangebracht.

Huis

Gevel met dolfijnen

Herengracht 526 zelf –bekend als het huis met de dolfijnen– is in 1686 zeer waarschijnlijk gebouwd door Gerard Schatter, belastingontvanger te Haarlem en zijn vrouw Maria Commersteyn. Het zag er toen heel anders uit. Het had een betrekkelijk sober interieur, een bakstenen gevel, een eigen trap aan de voorgevel, klauwstukken met dolfijnen aan de top, geen uitbouwen en een grote tuin die reikte tot over het midden van het gesloten binnenblok. Voor deze keurtuinen gold toen al een bebouwingsverbod, een verbod dat tot op de dag vandaag nog van kracht is. In deze keurtuinen waren alleen tuinhuizen toegestaan. Het zijn daarmee de eerste bestemmingsplanbepalingen van de 17e eeuw.

Stijlkamers en stoep

Het pand had oorspronkelijk –net als de buurpanden– zelf ook een hoge stoep die direct naar de hoofdentree van de beletage leidde. Des te hoger de trap en de beletage, des te chiquer, zodat ook aan de hoogte van de beletage de status van de bewoner af te lezen was. Het souterrain was toen de keuken en de entree aldaar fungeerde als dienstingang.

Huizen waren in de 17e eeuw nog niet zo rijk gedecoreerd, dat gebeurde pas 200 jaar later, in dit huis in 1870 door distillateur Willem Hendrick Warnsinck. Hij heeft de stoep laten slopen, een hardstenen gevel laten aanbrengen, de gang bij de voorste stijlkamer getrokken en aan de achterkant ook de uitbouwen aangebracht met op de beletage een royale veranda. Uit deze periode dateren ook de rijk geornamenteerde plafonds.

De restauratie

Het pand is met als leidraad de 19e eeuwse toestand, in 2014 ingrijpend gerestaureerd. Daarbij zijn in de Grand Salon de oorspronkelijke deuren teruggebracht, het interieur in de oorspronkelijke 19e eeuwse kleuren geschilderd en de plafonds hersteld met als hoogtepunt het terugbrengen van de door lekkage zwaar beschadigde plafondschildering met een interpretatie van een schilderij uit 1708 van Abraham Bisschop uit 1708.Het is een verbeelding van de fabel van de kraai die wordt gestraft omdat hijt met andermans veren pronkt. Wat verder in deze stijlkamer opvalt, zijn de enorme originele schuifluiken voor de ramen in de achtergevel en de consequent doorgevoerde symmetrie die zelfs dwars door de deurscharnieren wordt doorgezet.

Plafondschilderingen en bladgoud

Door de sloop van de stoep in 1870 kon destijds op de beletage aan de voorzijde de gang vervallen. Daardoor beslaat de voorkamer op de bel-etage nu de gehele breedte van het pand. Hier bevinden zich nog de meeste originele monumentale elementen, waaronder de originele plafondschildering, een zogenaamde oculus (hemelzicht) en een Franse kroonluchter uit begin 20e eeuw. Het bladgoud, de ornamentiek en de originele goudomlijste dubbele spiegels maken deze stijlkamer tot een petit Versailles. Bijzonder in deze ruimte zijn ook de luikenkasten met daarin kunstig ingevouwen binnenluiken (met scharnierrandjes voor de symmetrie).